Verhaal
MARIAHEIDE – PUENTE GENIL ‘N BORD IN DE TUIN.
Altijd over gesproken maar nooit over durven dromen. Je eigen B&B in Andalusië.
Vroeger gingen we met ons pap en mam naar ome Jan in Frankrijk en bleven daar drie weken op de boerderij. Het was één groot feest. Tussen de koeien en de kippen in een prachtig heuvellandschap vakantie vieren. Dat wil ik later ook (dacht ik toen), een boerderij in het
Franse landschap. Heel mijn leven heb ik gedacht , ik ga een keer naar Frankrijk. Maar zoals bij iedereen bleef het bij dromen. Totdat we in Spanje op vakantie waren, in Andalusie. In de binnenlanden raakte ik niet uitgekeken, prachtig landschap. De ene keer zat je in de bergen, dan in de glooiende heuvels en overal meren zowel zoetwater als zoutwater, rivieren en beken. Het is er prachtig. Ik riep; hier zou ik wel willen wonen en ons Suus zei “ik ook”. Even was het stil. Ik vroeg “hoezo ik ook?”
Nou zei ons Suus, precies zoals ik het zeg ; ik ook , ik zou hier ook wel willen wonen. Hier in Andalusië een eigen hotel of pension beginnen dat lijkt me geweldig. De mensen zijn aardig. De natuur is schitterend. Het weer is uitmuntend. Maar géén toerisme aan de kust want dat is veel te druk. Maar een boerderij in het binnenland.
Het idee was geboren; een boerderij kopen in de bergen van Andalusie vlak bij een zoetwater meer en die verbouwen tot appartementen. De zoektocht kon beginnen. Het moest een echte oude boerderij zijn, een cortijo in het spaans. Eén met een voorhuis en binnenplaats.
Die zijn er in Spanje wel, maar niet waar wij wilden. Want een grote boerderij staat op vruchtbare grond waar olijfbomen en allerlei groenten worden verbouwd. En niet in de bergen tussen de rotsen. Daar staan kleine boerderijtjes waar de geitenhouders hebben gewoond.
Na lang zoeken vonden we een aardig huis met wat schuren, 20 km van zoetwatermeren en 5 km van de rotsen van El Torcal. Wij gaan kijken. Het stond ons wel aan behalve de prijs.En we wilden weten of we het van de echte eigenaar gingen kopen , want dat weet je in Spanje nooit. Waar je ook op moet letten is de hypotheek op het huis.In Spanje staat nl de hypotheek op het huis en is niet gebonden aan de eigenaar. Dus als je een huis koopt met hypotheek en je regelt dat niet goed dan krijg je de hypotheek erbij. Het is dus goed opletten.
Dus eerst maar een afspraak gemaakt met een advocaat. Die wilde wel wat uitzoeken voor ons maar wilde wel eerst een aanbetaling hebben voor hij begon.. Wij hem 300 euro betaald en dan kon hij aan de slag. Dit was onze eerste spaanse les, we hebben nooit meer iets gehoord van de advocaat. De makelaar vond dat we geduld moesten hebben want het ging op z’n spaans en dat moet je geduld hebben.
Na een half jaar nog niets gehoord.Toen besloten we om verder te zoeken en afscheid te nemen
van die 300 euro en van die makelaar. We hebben ons zoekgebied maar iets vergroot. We zochten nu in het gebied onder de snelweg Sevilla - Granada. Weer veel rond rijden en thuis internet afspeuren. We vonden een prachtige boerderij in Puente Genil, maar die lag 20 km boven de snelweg dus buiten ons gebied en ver buiten ons budget. Verder zoeken. Aha gevonden. Buiten ons gebied, (120 km boven Sevilla) tegen de Portugese grens aan. Maar een prachtige boerderij met een beek die het zwembad vulden en 7000 m2 grond en een prijs die ons wel aanstond. Contact gezocht met de makelaar. Het was een nederlands sprekende Spanjaard dus dat was makkelijk. Hij zei wel dat hij de boerderij nog niet zelf gezien had, maar als wij interesse hadden kwam hij daar naar toe
(voor hem 250 km). Ons Suus en ik konden ons geluk niet op. De week daarna zaten we al in het vliegtuig richting Sevilla. Auto gehuurd en op naar de boerderij. Omdat we alleen de naam van het dorp hadden en geen adres hadden we in dat dorp een hotelletje geboekt.
De makelaar zou de volgende dag komen maar wij konden niet wachten om onze nieuwe boerderij te bewonderen. Dus met de foto’s van internet en links en rechts wat vragen gingen wij op zoek. Een flinke wandeling in de bergen en ja hoor daar zagen we het bord “se vende” (te koop). En inderdaad de foto’s klopten. De voorgevel was precies zoals op de foto, maar dat was het dan ook. Achter de voorgevel was niks meer. Er stond enkel alleen een voorgevel. De beek die er zou liggen hebben we ook niet kunnen
ontdekken zelfs niet met wat fantasie. Het zwembad was een oude trog waar vroeger de dieren uit dronken. De grond was geen 7000m2 maar 1500m2.
Daar stonden we dan, 2500 km van huis op een lapje grond met een voorgevel. Oh jee moesten we niet de makelaar bellen dat dit niks voor ons was., hij moet tenslotte 250 km enkele reis rijden. Nou nee, we vertellen het hem wel als hij hier is. De volgende dag met de makelaar er naar toe. Vol goede moed en opgeheven hoofd ging hij ons voor. Met de aanblik van die voorgevel met dat “zwembad” ging zijn enthousiasme met sprongen achteruit. Hij zag ook wel aan ons dat dit niks was.
Op de terug weg naar het hotel begon hij over Puente Genil, de boerderij in de heuvels. Maar ik had er geen zin meer in. De makelaar nam afscheid en vertrok.
We hadden er een week voor vrij genomen en daar zaten we dan 120 km boven Sevilla. Niks te doen, niks te zoeken. Maar, zei ons Suus; als we niet naar die andere boerderij gaan kijken zullen we het nooit weten. Maar dat is 250 km rijden (enkele reis). En die boerderij is veel te duur, riep ik. We hebben toch niks anders te doen, zei Suus.Een kwartier later zaten we in de auto richting Granada. Makelaar gebeld dat we er aan kwamen. 2 uur later namen we de afslag Puente Genil. We zaten in een heuvellandschap met olijfbomen. De boerderij stond Puente Genil voorbij, afslag Laguna Tiscar. De harde weg lieten we achter ons en door glooiend landschap vol met olijfbomen en akkerbouw reden we 4 km richting Tiscar. Geen huizen alleen maar land vol met konijnen en patrijzen.
Daar lag ie dan, een prachtige boerderij stoer boven op de heuvel. We keken elkaar aan en ik dacht, dat wordt blij zijn met een dooie mus. Het is een pracht van een boerderij. Een groot voorhuis, 2 zijvleugels naar achteren en een grote schuur. Daar achter nog dierenverblijven maar die waren ingestort. Er was wel water uit de put maar geen elektriciteit.
50 jaar oud en muren van 80 cm dik. Vloerdelen van rivierstenen. Zonder een woord tegen elkaar te zeggen liepen we van vertrek naar vertrek. De boerderij was van een Engelsman die in de klins lag met zijn vrouw, en hij wil zo snel mogelijk van de boerderij af.
Dit wist de makelaar ons te vertellen. Hij vond het leuk dat we waren gekomen maar het was nutteloos want er was net een bod
uitgebracht door een andere geïnteresseerde, en zo gauw de eigenaar de aanbetaling heeft gaat ie van de markt af.
Hij noemde het bedrag van het bod, mijn hart sloeg over (rustig maar figuurlijk bedoeld). Die prijs was nog niet de helft van de vraagprijs.
Dus ik kijk de makelaar aan en doe een bod van 5000 euro hoger. De makelaar begint te sputteren en zegt dat hij dat niet kan maken.
Ik zei hem dat het zijn plicht is om dit bod over te brengen zolang de eigenaar het geld nog niet heeft, en dat hij meteen moest gaan
bellen. Zoals dat hoort in Spanje gingen zijn armen omhoog en kwam er een golf van spaanse woorden, waarop ons Suus hem aankeek en in het spaans zei, bellen.
Hij liep van ons weg en begon inderdaad te bellen. Ondertussen liepen Suus en ik door.
We opende van binnenuit de voordeur en onze onderkaak viel met een smak naar beneden. Voor ons lag het glooiende landschap met
daarin een zoutwater meer. En in dat meer stond de roze flamingo’s. Maar achter ons stond inmiddels een hijgende en briesende
makelaar. Hij vertelde dat hij weg moest.
Wij verlieten de boerderij en reden 250 km terug . Na een overnachting boekten we uit want we
hadden daar niets meer te zoeken. We reden richting Malaga om vrienden van ons op te zoeken. Daar aangekomen gaat de telefoon of
we naar Antequera konden komen want ons bod was geaccepteerd. Vlug vertellen tegen onze vrienden hoe, wat en weg waren we weer.
Naar een advocaat in Antequera.Daar aangekomen bleek hij een Nederlandse assistente te hebben. Hij had de papieren van de boerderij en grond al opgevraagd en was al flink aan slag. Hester (de assistente) kwam uit Velp bij Arnhem.yes 2 uur later kregen we te horen dat alles oké was en dat we een aanbetaling konden doen. ’s Middags de aanbetaling gedaan en met z’n tweetjes de kroeg ingedoken.En onder een gezellige borrel met tapas zeiden we tegen elkaar ; oh jee nu moet er een bord in tuin.
Toen we de volgende ochtend wakker werden hadden we toch een raar gevoel.
Jaren over gedroomd en plots is het dan zover. Je eigen boerderij in Andalusië, Spanje. We hadden nog 2 dagen in Spanje.
Hoe gaan we die benutten. Meten, we moeten meten.Alles in de boerderij moet opgemeten worden. Gewapend met rolmaat, potlood,papier,pen en fototoestel weer richting Puente Genil.
Oh en dit wordt privé.
En zo kreeg de boerderij langzaam indeling. Toen plattegrond getekend van de boven- en benedenverdieping. (een bouwtekening is er niet). Op de plattegrond kregen alle vertrekken een nummer, en elk vertrek kreeg weer zijn eigen plattegrond met alle maten die we
dachten nodig te hebben. En daarbij werd in elk vertrek vanuit elke hoek foto’s gemaakt. Druk waren we bezig ; ik meten en ons Suus schrijven en foto’s maken. Veel van de oorspronkelijke ramen waren dicht gemetseld.
Die moeten allemaal weer open zodat er meer licht binnen komt. Aan de binnenzijde meten, maar klopt dit wel met de buitenkant.
Ik op een sprintje effe naar buiten kijken. Ik sjees de hoek om en bots op een man. Nou ja, mannetje. Met een dubbelloops jachtgeweer, niet in geknikte stand, néé gewoon op scherp over het schoudertje. Ik schrik me werkelijk kapot. Het is een jager dat neem ik tenminste aan met zijn groene kleren en een geweer. Ik verontschuldig me en reik hem de hand om me voor te stellen. Hij kijkt mij aan.
Hij kijkt eigenlijk dwars door mij heen. Hij draait zich om, spuugt zijn pruimpje over de stoep en onze Rambo pollewop verdwijnt tussen
de olijfbomen. Zo, dacht ik, het eerste contact met buurtjes is gelegd. Volgens mij vinden ze het best leuk dat er een allochtoontje in de
buurt komt wonen. Kom op verder meten. Vertrek na vertrek wordt grondig nagemeten. Rond een uur of één begonnen we toch echt
honger te krijgen. Ons Suus naar de winkel voor wat vlees en brood en ik bouw ondertussen een provensorische bbq. Drie kwartier later zitten we heerlijk in het zonnetje van een broodje warm vlees te smullen met daarbij een heerlijke spaanse wijn. Echt genieten dus.
Huppakee, genoeg genoten, we moeten verder de volgende vertrekken meten. En vlug zijn we weer in volle gang. Als we op de
bovenverdieping zijn zien we in verte een gammele oude witte jeep aankomen. Hij stopt bij de boerderij. Wij naar beneden. De man was inmiddels uitgestapt.Het was een grote vent met een gebruinde kop en een grote grijze snor.
Helemaal in een soort boswachterpak voorzien van embleempjes en streepjes op de schouder. Statig kwam hij op ons af, reikte ons de hand en stelde zich voor. Hij was opzichter over het gebied “Tiscar”, het natuurgebied waar onze boerderij staat. Hij vroeg ons wat we aan het doen waren. Susan vertelde hem dat we de boerderij hadden gekocht en dat we aan het meten waren.
Hij knikte dat ie het begreep, pakte zijn telefoon en begon te bellen. Ik dacht ondertussen; yes, gaaf, wauw een echte ouderwetse veldwachter, das vet. Net als bij Zwiebertje had ik nu ook een echte Bromsnor. Hij was uitgebeld, lachte naar ons en heette ons welkom
in Spanje.
Antonio (zo heette hij) komt over als een pittige man.
Praatte voluit en wij probeerde hem in het gesprek te volgen. We namen hem mee naar binnen en boden hem een wijntje aan.
(altijd vrienden blijven met bromsnor). We stonden weer op de eerste verdieping aan Bromsnor uit te leggen waar we mee bezig waren
toen er nog een auto stopte. Antonio riep naar de man dat we boven waren. Al pratend en wel kwam de man naar boven.
Aan een stuk door pratend gaf hij ons de hand en stelde zich voor “Manollo”. Ik sta mijn verstand te verkijken.
Manollo is twee en een halve turf hoog, mager als een plank, petje op en sigaretje schuin in de mond. Het duo was compleet.
Bij Bromsnor was nu ook Malle Pietje gearriveerd. Geweldig. Hij (Manollo) had ons bij de boerderij zien lopen en hij kende ons niet dus
had hij meteen Antonio gebeld, die dus meteen polshoogte kwam nemen. De sociale controle is dus goed.
Het duo bleef maar praten en praten. Alles moesten ze weten. Wat gingen we doen met de boerderij, wanneer gaan jullie erin wonen,
wat ga je met de grond doen; bomen of dieren? Een heel vragen vuur kwam op ons af. Ons Suus spreekt redelijk Spaans dus ze legde
aan de heren zo goed mogelijk uit wat onze plannen zijn. Van de appartementen, boomgaard, geiten, kippen en konijnen en dat we
volgend jaar pas in Spanje komen wonen. Antonio en Manollo keken ons aan en schudden met hun hoofden.
We begrepen dat we geen goed plan hadden. “Zorro, de bandito” zou alles weg halen. We begrepen er niets van. Nu hadden we al Bromsnor en Malle Pietje. Zou er dan ook nog een Zorro door de heuvels zwerven?? Antonio maakte nog schietbewegingen. Nog volop praten namen de heren afscheid van ons en vertrokken weer. Ons Suus en ik keken elkaar aan en schoten in onze lach, prachtige mannen. Maar inmiddels was het al laat. We reden naar ons hotel in Santaella vlakbij Puente Genil.
’s Avonds aan de bar sprak ik de goed engels sprekende eigenaar van het
hotel. Ik vertelde hem het verhaal van Antonio. Hij bevestigde dat het inderdaad de veldwachter was en ik vroeg hem wie de “bandito
Zorro” was die hier nog leefde. Hij schoot in zijn lach, pakte een boek uit de kast en sloeg het open.
En daar stond hij onze “Zorro”. Zorro is een vos, en die vos kwam onze kippen en konijnen weg halen, de bandiet.
En Antonio jaagt op vossen. Heel het verhaal kreeg een plek. Nu pas snapte we het verhaal van vanmiddag. Ik besefte ook dat dit niet
onze laatste spraak verwarring zou zijn. Maar och, ik wordt een echte volle allochtoon. Heerlijk. ’s-Morgens weer vroeg uit de veren wat
we hadden nog maar een paar uur te meten. Die avond vertrok het vliegtuig weer. In Nederland werden alle tekeningen, maten en foto’s
in een map gedaan. Nu konden we thuis tenminste iets laten zien. Onze kinderen Debbie en Janneke wisten natuurlijk wel van onze
plannen. Maar nu was het echt, en da’s eng. Maar door er veel over te praten en met de foto’s erbij wordt het voor hen ook meer
realistischer. En het feit dat ze straks een eigen appartement in Spanje hebben met een zwembad maakt natuurlijk veel goed.
Ik heb toen nog heel de boerderij in autocad gezet met alle maten erbij zodat we een juiste indeling kunnen maken en of alles klopt wat
we in gedachten hebben.
Nu we de hele boerderij aan maten in de computer hebben staan kunnen we aan de indeling beginnen.
Afrika suite - 2 persoons slaap- zitkamer en badkamer.
Landelijke suite - 2 persoons slaapkamer, zitkamer en badkamer.
Konings suite - 2 persoons slaap- zitkamer en badkamer.
Love suite - 2 persoons slaapkamer, zitkamer en badkamer.
De familie suite - 3x 2 persoons slaapkamer, zitkamer en badkamer.
Verder 2x slaap- zitkamer voor Debbie en Janneke, 1 logeerkamer en een badkamer.
Privé- zitkamer, slaapkamer, badkamer en inloopkast.
Keuken bestaande uit een grove en een fijne keuken.
Eetkamer, bar, receptie, spa- ruimte.
Zo de indeling was gereed. Ramen en deuren ingetekend.
52 dubbele raamkozijnen, 9 dubbel deurkozijnen en 4 enkele deurkozijnen. Met andere woorden, werk aan de winkel.
Samen met ons pap konden we beginnen. Vele avonden en weekenden getimmerd en gemonteerd. De kozijnen werden voorzien van
scharnierinkrozingen waarna we de ramen, horren en luiken konden monteren. De ramen hebben we ook al voorzien van glas en de
horren van horrengaas. Ook het dak van de boerderij is slecht. In Spanje prijs opgevraagd van het kaphout maar dat werd me toch iets
te duur.
Dus vanuit Nederland maar alles naar Spanje slepen.
Woensdag voor de pinksteren was het zo ver, vrachtwagen stond op de stoep, we konden gaan laden.
Hij was klaar om richting Puente Genil te vertrekken. Wij vlogen vanuit Eindhoven op dinsdag naar Malaga. Echter zijn we wel gewend aan het vliegen was het deze keer toch anders. Onze hond Sam ging mee. We hadden een bench gekocht die aan de voorschriften voldeed van de vliegmaatschappij.
Alleen Sam zou erg nerveus worden want hij wist niet wat er allemaal ging gebeuren.
Dus van mijn zus Anke een pilletje gekregen waarvan hij rustig werd. 4 uur van te voren geven en hij zou tijdens de vliegreis rustig zijn.
Zo gezegd, zo gedaan.
Tijd om richting Eindhoven te rijden. Koffers en bench in de auto. Nu Sam nog.
Als een dooie pier stond hij voor de auto, geen besef wat hij moest doen. Terwijl de deur van de auto opendoen al genoeg is.
Sam opgepakt en in de auto gezet. In Eindhoven uit de auto gehaald en in zijn bench gelegd. Het pilletje werkte uitmuntend.
ngechekt en we vlogen naar Malaga. Daar aangekomen ging Susan de auto halen en ik de koffers en de hond.
Alleen waar komt onze Sam uit? Bij de kofferbanden was een hok waar surfplanken, ander benchen en grof materiaal binnen kwam.
Die lag echter 50m. van onze kofferband af. Geen probleem, ik wandel gewoon een paar keer op en neer.
Als ik bij de surfplanken sta hoor ik “oe toch”, en “ooh”. Ik kijk en zie de grote bench tussen de koffers op de lopende band staan.
Een zeer komisch gezicht mag ik wel zeggen. De hond en de koffers van de band af, naar de auto toe en richting Puente Genil.
Daar werden we opgewacht door Loes en Cees die met de camper daar naar toe waren gekomen om vakantie te vieren en ons te helpen.
Boven in ons toekomstig appartement een tent opgezet voor Susan en mij, een lekkere borrel gedronken en naar bed,
want morgenmiddag komt de vrachtwagen met 85m3 erin. Voor de eerste keer slapen in de boerderij. Daar lagen we dan in ons tentje.
Met de ogen dicht maar met de oren open. Allemaal vreemde geluiden. Af en toe een klapperend luik of het ritselen van een hagedis
over de muur. Maar verder muisstil. Maar plots een hels kabaal. Alle vogels in de boomgaard beginnen te alarmeren, even later horen wede vogels om het meer alarm slaan. De torenvalken die voor in de boerderij wonen slaan alarm.
En langzaam wordt het weer rustig en het is weer muisstil. Dit gebeurt een paar keer per nacht.
In de morgen kwam Antonio binnen lopen (alias Bromsnor), een welkome gast. We vroegen aan hem of hij een heftruck kon regelen om de vrachtwagen te lossen. Geen probleem, rond 17.00 uur zou er een heftruck naar de boerderij komen. Dat was mooi en snel geregeld. Om 16.00 uur was de vrachtwagen er, die kan op 500 m. van onze boerderij komen
Met 4 man en de chauffeur begonnen we alvast met lossen. Alle kleine spullen uitpakken dat zou dan al weg zijn als de heftruck kwam.
Als de heftruck kwam. Want om 19.00 uur was er nog geen heftruck en Antonio nam zijn telefoon ook niet op. Vlug iets anders regelen.
Beneden in het dorp is een steen- en cementhandel, daar konden we ’s avonds lossen en dan de volgende dag met kleine vrachtwagens
naar de boerderij transporteren om het daar dan met een kraan te lossen.
We zijn met z’n vieren tot vrijdag in de namiddag bezig geweest om alles te lossen en op zijn plek te zetten.
Het was een heel karwei maar alles was heel.
n de boerderij woont de boerenzwaluw. 3 nesten hebben we; één in de keuken, één in de eetkamer en één in de toekomstige
koningssuite. Als je door de boerderij loopt vliegen de zwaluwen net boven je hoofd. Schitterend. We maakten gaten in de muur om onze nieuwe kozijnen in te zetten.Ook de zwaluwen maakten daar gebruik van, en als er eenmaal een nieuw kozijn in stond veranderde zij ook hun route. ’s Avonds kregen we bezoek. Het was Hester met onze advocaat.
Hester is een schat van een meid die volop voor ons bezig is om alles te regelen zoals de vergunningen.
Haren netjes gekapt en op een paar mooie pumps is zij onze tolk en regisseuse. Ook de architect was erbij.
Samen met ons maakten we een wandeling door de boerderij. Op het moment dat we de boerderij binnen treden weet ik niet wie er hoger kon vliegen, de zwaluwen of Hester. Maar ze waren in ieder geval allebei net zo snel weer buiten. Alle aanpassingen en verbouwingen werden met de architect door gesproken. Hij kan dus weer aan de slag om samen met Hester de vergunningen rond te krijgen.
Toen zij weg waren hebben we heerlijk de bbq aangemaakt en heerlijk zitten eten. Het is volle maan en heerlijk warm.
Tijdens het naborrelen klonk er ineens een zwaar hol oehoe op de binnenplaats. Wat zou dat nu weer zijn. Ik kijk, niets te zien. Even later weer maar nu nog harder. Voorzichtig speuren we de daken af en weer horen we een krachtig oehoe maar nu achter ons. En ja hoor, boven op het dak zit Europa’s grootste uil; de oehoe. Met een spanwijdte van 185 cm is dit een geweldige kolos om te zien. Nog danig onder de indruk gaan we verder met borrelen en we beseffen ons dat hij ook degene is die voor al het tumult in de nacht zorgt. Want als zo’n grote roofvogel over het veld vliegt, raakt alles wat daar woont in paniek en dat is wat we ’s-nachts horen.Gezellig zitten we nog op de binnenplaats. Borreltje, kampvuur, volle maan.
Niks mis mee. Hé gaat daar in de buurt ergens een alarm af. Terwijl ik dat zei denk ik, dat kan niet, de eerste mensen wonen een paar
km. verderop. Wat voor een alarm moest dit dan zijn? Het geluid kwam van voor de boerderij dus even kijken. Niks. Ja, wel het geluid maar niks te zien. Het geluid kwam inmiddels van ons dak af. Zaklamp erbij en zoeken. En ja hoor, daar plat op de pannen ligt een nachtzwaluw. Later bleek het de Moorse Nachtzwaluw te zijn. Weer een prachtige ervaring erbij. Borrel leeg gedronken en naar bed. En elke keer als er ’s nachts tumult rond de boerderij was dacht ik bij mezelf, kom Gé, oogjes toe, snaveltjes dicht en slaap lekker.
De volgende ochtend er vroeg uit (6.30 uur loopt de wekker af) , want vandaag ga ik foto’s maken. Tussen het kozijnen plaatsen en
metselen door. Overal foto’s maken, van de boerderij, bij de rivier en de bermen met al zijn bloemen. Maar ook van de olijfbomen en
natuurlijk de flamingo’s op laguna de Tiscar. En ondertussen uperen voor Cees die aan die aan het metselen was. Kruiwagen cement
draaien, naar de binnenplaats kruien, de cement in emmers scheppen en boven brengen. Een heel karwei.
Terwijl ik met mijn emmertjes naar boven sjouw hoor ik een harde knal. Een kei en kei harde knal vanuit de binnenplaats.
Ik weer terug, effe kijken. Ik zag het meteen, de kruiwagen stond pal in de zon en door de hitte was de band kapot gesprongen.
Weer iets geleerd. Op de laatste avond voor ons vertrek hadden we een echt tevreden gevoel. 85 m3 bouwmateriaal en huisraad naar
binnen gesjouwd, 21 raamkozijnen gezet, 40 m2 dak verwijderd en dan nog foto’s gemaakt. En dat in 5 dagen.
Tevreden zaten we weer aan borrel bij het kampvuur wachtend op de oehoe en de Moorse nachtzwaluw.
Tot aan de bouwvak hadden we de tijd het een en ander te regelen. De architect voorzien van tekeningen + uitleg waar we alles willen
hebben, leveranciers zoeken voor het leveren van de zonne-energie en het doorgeven van het adres waar we komen te wonen.
Want het bleek dat we ergens woonde zonder adres.Via Hester hebben we contact gezocht met de gemeente van Puente Genil, uitgelegd waar we woonden en gevraagd wat we het beste konden doen. Na heel wat heen en weer gemaild te hebben konden we 2 dingen doen, een postbus nemen of zelf een adres verzinnen. Zoiets als: Cortijo Gé Susan tegen over het meer van Tiscar. Puente Genil, Cordoba, Andalusië … en dat in het Spaans. Dan kan de postbode het al lezen, en werd alles al bezorgd.Dan weer flink op en neer mailen, hoe we alles precies wilden, wat wel en niet kon bij de postbode. 6 weken later was het zover.Cortijo Gé Susan, Laguna Tiscar, Puente Genil, Cordoba, Espana.
Zo alles is geregeld, wij tevreden en het postkantoor zou voor de rest zorgen. De volgende dag kregen we weer een mailtje van het
postkantoor uit Puente Genil. Ja het nieuwe adres was volledig geaccepteerd en ook al verwerkt in hun administratie.
Echter, een klein probleempje hadden ze nog wel… wij wonen te ver in het buitengebied en daar komt geen postbode.
Dus het dringende advies van het postkantoor was het nemen van een postbus. Met andere woorden, we hadden er geen donder aan
ons nieuwe adres. Dus de komende tijd is Hester’s adres ook ons adres en wordt al onze post daar naar toe gestuurd.
Inmiddels waren we al verder met onze architect en hebben we ook een leverancier voor de zonne-energie die ook de warmwater-
installatie doet. Helemaal perfect dus.
Het is al weer bouwvak en we gaan de volle 3 weken die we vakantie hebben.
We hebben al op onze site gezien dat het er heet is, ± 40 graden. We vragen ons dan ook sterk af of dat we daar iets kunnen doen
in die hitte. De koffers zijn gepakt, Sam de hond in de bench en op naar Puente Genil.
Midden in de nacht kwamen we bij de boerderij, het was volle maan dus helemaal niet donker, dus konden we nog een lekker borreltje
drinken wat we dan ook zeker gedaan hebben. Daarna lekker in onze tent gekropen op de zolder van de boerderij.
Het was eventjes wennen maar we vielen toch al snel in slaap, op naar de 1e dag!
De volgende ochtend er vroeg uit. In de planning hadden we het familie appartement staan + de appartementen van Debbie en Janneke.
Dat was het slechtste stuk van het woongedeelte, dus daar maar aan beginnen.
Slecht wil zeggen, dat er links en rechts nog een muur staat van 80 cm dik en 4,5 m hoog en dat het dak en verdiepingsvloer plus puin,
puin, en nog eens puin tussen die muren ligt. 4 m breed, 16 m lang en zeker één meter hoog. Puin, oude graspollen, hout, dakpannen,
oude muurtjes een feest om aan te beginnen. Meteen voor aan de deur zijn we begonnen, steentje voor steentje, schepje voor schepje in
de kruiwagen, en om de 10 kruiwagens douchen want het werd ondertussen heter en heter.
Samen met ons Suus ruimen ruimen ruimen, kruiwagen na kruiwagen er uit. Ook deden we nog sorteren; goede stenen apart, hout apart,
hele dakpannen apart, en de rest kruiden we naar de zijkant van onze boerderij. 4,5 dag hadden we nodig om het helemaal leeg te krijgen
maar het gaf wel een goed gevoel. Nu konden we de gaten gaan hakken voor in de nieuwe kozijnen. De muur van 4,5 m hoog moet tot de
grond verwijderd worden en dan 1 m breed worden. Die was 80 cm dik, dus gingen we met hamer en breekijzer aan de gang.
Flink hakken op die rotsblokken die in de muur zitten, maar het ging niet slecht. Het eerste gat was klaar in een halve dag, nu nog een halve dag puin kruien, en de volgende dag aan een nieuw gat beginnen. Maar bij dit gat kregen we wat hulp.
Nick en Jasmijn waren op reis naar Marokko en kwamen even langs.
Knoepergezellig en ook nog handig want ze staken flink de handen uit de mouwen. Nick en Gé hakken, Jasmijn en Susan puin ruimen.
In de ruimte waar we bezig waren waaide het niet en de zon stond er vol op. Nick zei: 'Gé ik geloof niet dat ik het ooit zo heet heb gehad'.
'Hoe heet is het wel niet hier'? Ik ging naar de thermometer kijken, hij hangt in een hoekje waar nooit de zon komt, 47 graden in de
schaduw. ‘Dan zet de thermometer hier eens neer waar we aan het werk zijn’ zegt Jasmijn. Ik zet de thermometer daar neer en was of het wijzertje flauw viel op 60 graden, verder kan hij niet… het is duidelijk. Het was tijd voor een pilsje.
De volgende ochtend onder het ontbijt bespraken we wat er nog allemaal gedaan moest worden, een van de dingen was de muur herstellen waar het stucwerk weg was want daar was door de regen ook klei uit de muur gespoeld en zaten er dus diepe gaten in.
Verder moest het dan aangesmeerd worden op het huidige stucwerk. Maar het stucwerk moet wel bij de boerderij passen; niet strak en haaks maar glooiend met de muur mee.
Dat kunnen wij wel, zeiden Suus en Jasmijn. Zolang het niet strak moet kunnen wij dat klusje
wel klaren. Nick en ik gingen weer kappen en de dames stucen.
In het begin hoorden we dat ze aan het overleggen waren over hoe het moest.
Toen werd er even flink gemopperd; de cement plakte niet , je kunt het niet uitsmeren enz. enz. Maar na een tijdje werd het stil
en warempel binnen enkele uren hadden ze toch een paar m2 gestuct, en precies zo als wij het wilden.
Ze waren zo trots als een pauw en terecht. Tot 20.30 uur doorgewerkt.
Het breekwerk was klaar en we konden weer met een goed gevoel aan ons pilsje beginnen.
De volgende dag reden Nick en Jasmijn weer verder, op naar Marokko. Om 11 uur ’s-morgens rijden ze richting Gribaltar waar ze de boot
zullen nemen. We zwaaien ze uit en wensen ze veel plezier.
Met z’n tweeën gaan we weer verder met de bouw. De benzine van de aggregaat is bijna op, dus ik pak de kannen om in Puente Genil
bij de pomp benzine te gaan halen. Net als ik met mijn kannen bij de deuropening sta komt er een auto richting de boerderij.
Wie moet dat zijn ? Langzaam komen ze dichterbij. Ik zwaai maar heb geen flauw benul wie daar aan komt.
Pas als ze op het erf rijden zie ik het pas; Ad Timmers en zijn vriendin Conny. Een stel bij ons achter uit de straat in Mariaheide.
Als ik in Mariaheide in het dorpscafé d’n Brouwer zit, roept Ad altijd; Gé ik kom een keer kijken daar in Spanje, reken we maar op.
Maar eigenlijk roept dat iedereen tegen Susan en mij en dan denken wij; oh ja, eerst zien, dan geloven. Maar nu warempel.
De eerste twee onverwachte bezoekers. Schitterend. Vol trots laat ik ze heel de boerderij zien met de volledige uitleg wat het allemaal
moet worden. Het was die dag erg heet; 46 graden. Ad kreeg oog voor onze buitendouche en binnen een mum van tijd stond hij eronder.
Toen lekker zitten eten met een pilsje erbij.
Ik vertelde over de omgeving en over de grond rondom de boerderij en over de rivier.
Nou dat wilde ze ook wel zien, de grond en de rivier. Want hij geloofde niet dat er water in stond. Hier is nergens water, riep hij,
zelfs dat groot meer voor het huis ligt droog. En dat klopte, want heel de laguna de Tiscar was droog, maar de rivier stond vol dat wist ik.
Ik vroeg of Ad of Conny iets op hun hoofd wilden want de hitte was enorm. Nee dat was niet nodig, ze konden goed tegen de zon.
We liepen aan. Kijk en daar maakte Gé zijn eerste gidsfout; geen water bij en niet extra aandringen op een hoofddeksel.
Zelf kan ik er goed tegen en liep dus ook druk vertellend over de grond. Van links naar rechts. Hier komt dit en hier komt dat.
En maar vertellen en vertellen. Eigenlijk niet goed oplettend op mijn gasten. Pas toen we onder bij de olijfbomen waren zag ik de
gezichten van Ad en Conny, knalrood en flink bezweet. Ik vervloekte mezelf, geen water, geen hoofddeksel. Hoe kon ik zo stom zijn.
Ik dacht, door praten en snel naar de rivier waarvan Ad nog steeds vol hield dat er geen water in stond. Ik zette er een stevige pas in en
vertelde dat je er wel in kunt zwemmen maar dat het snel stromend is en dat je in het begin door de klei moet. Tussen de bomen door
liepen we richting de rivier. Ik stond zelf tot mijn enkels in het water nog te vertellen hoe je het beste het water in kunt gaan maar dat was
niet nodig. Ik zie Conny voorbij vliegen en met jurk en al plonste ze in de rivier en een enorme vreugde kreet vulde het rivierdal.
Ook Ad sprong in het water. Zeker 20 minuten hadden ze nodig om af te blussen in het kille berg water. Toen in een rechte lijn terug
naar de boerderij. Daar nog even onder de douche en een pilsje drinken.
Och, zei Ad, wat zit je hier prachtig maar eenzaam. Klopt, zeiden wij, lekker hè.
Ad en Conny vertrokken weer richting Malaga en Gé kon zijn benzine halen voor de aggregaat. Richting het dorp kijk je van boven af in de rivier. Prachtig slingert Rio Genil door het heuvellandschap. Je ziet maar een stukje van de rivier. Ik vroeg me af hoe de rest zou zijn, en wat voor vogels er leven. Daar moest ik een keer ingaan om het te beleven.
Vlug benzine gehaald en terug naar de boerderij om verder te bouwen. Al zijn ons Suus en ik de hele dag aan het bouwen, we hebben toch wel echt een vakantiegevoel.
Elke avond rond 21.00 uur gaat de aggregaat af, het kampvuur aan en de kaarsjes op tafel. Heerlijk even borrelen, eten en kletsen. Midden in Andalusie in de heuvels van Cordoba genieten we van de milde avond temperatuur. We slapen op de open zolder. Het koelt ’s-nachts af tot een 17 graden dus ook slapen is een heerlijkheid. De volgende ochtend om 06.00 uur er uit, kijken op de thermometer ; 17 graden. Elke morgen is het tussen de 17 en 19 graden. Dus het zware sjouwwerk doen we in de ochtenduren. Eerst de hond Sam uitlaten. Even zwaaien naar de boeren die op het land aan het werk zijn. Betonmolen naar buiten en gas erop. Tot ’s-middags 14.00 uur. Dan eten en weer verder bouwen binnen in de boerderij. Want daar hebben we dan de lekkere koele ruimtes van de cortijo. En ’s-avonds weer hetzelfde ritueel. Ons kampvuur heeft een mooie gloed dus ik begin het vlees te bakken. Suus zit buiten aan de tafel een salade te maken. Hé, zegt ons Suus, ik geloof dat ik de oehoe weer hoor. Maar ik hoor niks, ook geen tumult van andere vogels. Even later hoort ze hem weer, maar ik hoor hem weer niet. Wel wat steltlopers maar verder is het rustig.
Het vlees dus nog maar een keer omdraaien. En op dat moment uit het niets landt de oehoe boven op het dak, een kleine 10 meter van ons vandaan. Hoog op zijn poten, oortjes omhoog. Suus en ik zeggen allebei niets maar staren naar onze prachtige bezoeker. De oehoe draait met zijn kop en bezichtigd heel de binnenplaats. Op dat moment moet onze Sam gedacht hebben, hé nu heeft het verkeerde beest de aandacht en gaat de grootste tak halen uit de berg stookhout.
De stilte werd dus abrupt verbroken. De oehoe slaat zijn vleugels uit, vult de binnenplaats met zware roep en verdwijnt in de nacht. Ik kijk naar beneden en daar zit sam met een tak van 2 meter in zijn bek. Hij kijkt me aan of ie zeggen wil, ik ben het leukste beest hier. Ik zeg hem dat ie de tak terug moet leggen en dat we straks gaan wandelen. Sam legt de tak neer en gaat bij Susan liggen. Na het eten was het heerlijk koel dus dacht ik, als we nu nog een paar kruiwagens stenen naar de 1e verdieping sjouwen dan kan ik morgen meteen gaan metselen. Dus tot 23.30 uur nog al die stenen naar boven gebracht. Toen nog even met Sam eruit want dat had ik hem immers beloofd en daarna een heerlijke baco. We zaten nog wat na te kletsen maar we waren eigenlijk te moe om te praten. Dus gingen we onder de klamboe op de zolder liggen.
Wekker zetten op 6.00 uur en genieten van de nacht. Bonk, bonk, bonk. We schieten wakker. Weer bonk, bonk, bonk. Wat is dit nu weer? Bonk, bonk, bonk. Er wordt op de voordeur geklopt. We kijken op de wekker. 8.30 uur. Hé verslapen. We lopen naar beneden , openen de voordeur en daar staat ie, Bromsnor onze veldwachter. Hij was gebeld door een boer uit de omgeving want die had die hollanders nog niet gezien terwijl hij elke morgen toch om 6.00 uur al ons aan het bouwen zag. En de auto stond er wel, dus Antonio (bromsnor) kreeg de opdracht om eens te gaan kijken. Wij schieten in onze lach, houden de rumfles omhoog en geven die de schuld. We bedanken hem voor zijn bezorgdheid. Antonio rijdt weg en we zien hem verderop in de heuvels met wat boeren kletsen.
Door de heuvels zien we ook een dikke jeep aankomen. En ja hoor daar zijn ze weer. Nick en Jasmijn op de terugweg uit Marokko komen toch nog even langs. Schitterend. Ze zijn dol enthousiast over Marokko, mooie natuur, leuke mensen en goedkoop.
Heel de jeep ligt vol met lampen, schalen etc. Prachtige spullen. Toen ons Suus en ik dat zagen wisten we ook waar wij onze lampen en schalen voor de boerderij gingen kopen. .
Het is immers van ons af maar 2 uur rijden naar de boot naar Afrika. ’s-Avonds tijdens het eten horen we de avonturen aan van die twee. Prachtig. We krijgen het over Rio Genil, de rivier achter onze boerderij. En dat ik zo benieuwd was wat ik er mee zo kunnen doen. Kun je er in kanoen of raften. Ik vertelde hen dat ik zo’n 4 km stroom opwaarts in de rivier wilde springen en dan naar de boerderij terug zwemmen. Dan werden meteen al mijn vragen beantwoord. Nick zijn ogen beginnen te glinsteren. Schitterend roept ie, dan ga ik mee. Ik vertel hem dat ik niet weet wat ik tegen kom. Ik was er immers nog nooit geweest. Geweldig , zei Nick dat wordt een avontuur en ik ga mee. Susan paste ervoor en Jasmijn wist het nog niet. De volgende middag vertrokken we. Susan bracht ons weg. Jasmijn hadden we ook omgepraat en die ging dus ook mee. Met zijn drieën in een korte broek en stevige gympen waren we klaar voor het avontuur. 4 km verderop zette ons Suus ons af. Het was 13.00 uur. +/- 5 km zwemmen,dus tussen 15.00 en 16.00 uur zien we je weer, spraken we af met Susan.Door een weiland liepen we richting de rivier en stopten bij de oever. We keken in de rivier. Hij stond hoog en stroomde hard. Het water was grijsblauw.
De oever was stijl uitgesleten. We klauterden naar beneden en sprongen in het water. Het was kil. Het voelde echt als een bergbeek. We hoefde maar zachtjes te zwemmen, de rest deed de stroming. De rivier was diep, we konden niet met de voeten aan de grond. Maar mooi dat het er was. Het was een heel ander landschap waar we in terecht kwamen. Hoge bomen vast langs de oever. Vogels als de reiger, de kwak, steltlopers en eenden vlogen ons voor. Stil zwommen we verder diep onder de indruk. Even verderop hoorden we geruis, de rivier werd smaller en we konden met onze voeten aan de grond. Het was een stroomversnelling. We gingen op onze rug liggen, voeten recht vooruit. We schoten tussen de rotsen door, 100 m. lang woest water en rotsen. Tot we in een soort poel belandden met rustig water. We gilde het uit van de pret. Prachtig, schitterend. De adrenaline vloog door ons lichaam. Kanoen werd weggestreept, maar in een grote rubberen band de rivier af zou prachtig zijn. We zwommen verder. Drie kopjes boven het blauwe water alsmaar rond draaien om maar alles te zien. Weer horen we een stroomversnelling. Met dezelfde techniek roetsten we tussen de rotsen om verderop weer in rustig water te belanden. We voelden ons echt als 3 pioniers. Niet wetend wat er ons nog te wachten staat gingen we verder. Af en toe het water uit om op te warmen en via een omgevallen boom weer in het water te duiken. Vol plezier gingen we stroom afwaarts richting onze cortijo. De rivier werd weer smaller. Heel smal en erg diep. Verderop zagen we dat de rivier in tweeën ging . We namen de rechtse kant. Ik zie dat de linkse kant in een waterval stort maar ik zie het water niet neerkomen. Voor ons zien we alleen maar riet. Nick en Jasmijn sturen zichzelf het riet in en grijpen zich vast. Ik ben te laat en schiet de bocht om waar ik op een paar grote rotsblokken stuit. Ik grijp me vast. Het water spuit over me heen. Ik kijk voor me; een gat van 3 a 4 meter met daar tussen rots punten en kolkend water. Oh oh. Twee voetjes vooruit en op je rug was nu geen optie. Achter mij hoor ik Nick roepen; Gé kan ie?. Voordat ik antwoord kon geven hoor ik krakend riet en komen Nick en Jasmijn tevoorschijn. Nick schiet links van me en Jasmijn grijp ik bij de hand. Ze kijkt me aan met een blik van; spannend hè. Maar ze ziet aan mijn gezicht dat het niet helemaal goed gaat. Door het watergeweld schieten we los en zie ik 2 benen de lucht in schieten. Achterste voren valt Jasmijn van de waterval. Aan de andere kant van me schiet Nick ook los en glipt tussen de rotsen de diepte in. Ik probeer me weer vast te grijpen een de rots maar te laat. Ook ik donder naar beneden via de rotsblokken. Gestuurd door het kolkend water worden we uitgespuugd in een rustiger gedeelte.
Als ik boven kom zie ik Nick naar Jasmijn zwemmen. Geschrokken ogen kijken elkaar aan. Is iedereen nog heel? Vraag ik. Ze knikken met hun hoofden.
Met die banden van die rivier af haal ook maar van het lijstje, roept Jasmijn. Met een geschrokken lachje gaan we naar de oever. Via een overhangende tak hijsen we ons op het droge. Jasmijn heeft een opgezwollen knie en twee mooie diepblauwe billen. Gé heeft een tand door zijn lip en twee geelpaarse heupen. Nick heeft niks alleen zijn hoed kwijt en een kapotte schoen. Het enige waar Nick mee zit is; wat gaan we met Rio Genil doen nu de kano en bandvaren afgevallen is. We weten niet hoever het nog naar de boerderij is en besluiten weer in het water te duiken. Echter nog geen paar honderd meter verder wordt de rivier weer smaller en het geruis van snel stromend water komt ons tegemoet . Jasmijn roept, als jullie er geen bezwaar tegen hebben gaat deze meid het avontuur vanaf de kant bewonderen. Geen slecht plan. Langs de rivier lopen we verder. Het is klimmen en klauteren. Als we bij de stroomversnelling aankomen zien we dat het een oude dam is met een gat van meter waar het water door spuit om 5 meter lager weer verder te stromen. Het plan van Jasmijn was dus niet slecht. Nu en dan gaan we weer het water in. We komen langs een dam met een oude watermolen. Het is een prachtige plek, maar we gaan weer verder. En weer het bekende geluid, Snel zwemmen we naar de oever. Deze keer is het een flinke stroomversnelling van +/- 1 km lang. Prachtig om van de kant af te bewonderen. In de verte zie ik 3 palmbomen boven de heuvels uit steken. Aha daar is dan ook onze cortijo. Binnendoor via de heuvels en laguna de Tiscar wandelen we naar de boerderij. Moe maar vol pratend over ons avontuur. Bij de boerderij aangekomen ploffen we binnen in de schaduw op de trap. Susan haalt een cola voor ons en pakt een stoel en zegt; het is nu half 6 en aan jullie gezichten te zien hebben jullie een geweldig avontuur meegemaakt
De volgende ochtend vertrekken Nick en Jasmijn weer naar Nederland. Jasmijn nog hinkend, maar neemt met een lachend gezicht afscheid. En beide beloven ze ons dat ze weer terug komen om te kijken hoe onze droom wordt.
We zwaaien ze uit en de jeep verdwijnt tussen de heuvels richting Santaella. Susan en ik gaan verder met onze bouw.
De laatste stenen en cement worden opgemaakt, want morgen vertrekken we weer naar Nederland.
Als we ’s-Avonds in het donker een borreltje pakken op onze vakantie spreken we nog even samen de vakantie door.
We zijn flink opgeschoten, er is leuk bezoek geweest en buiten dat we keihard gewerkt hebben zijn we niet moe.
Zin om naar huis te gaan is er nog niet echt. We missen de kinderen en dat is een goede reden om weer naar Nederland te gaan.
Maar als we de weerberichten moeten geloven is het beter dat we de kinderen naar ons laten komen.
Het is raar om te ervaren hoe het daar is, amper telefoon want die doet het alleen als aan de rechter kant voor de boerderij gaat staan. Daar hebben we vol bereik. Geen computer of fax, geen tv en radio. Meer dan drie weken zonder enige luxe.
Als thuis de stroom uitvalt is het net of je niks meer kunt en daar mis je het nog niet eens .
Het is een hele mooie ervaring dat kan ik jullie wel vertellen. En omdat je samen heel veel praat kregen we onder dat vele praten ook het idee om die ervaring met andere te delen. Het bouwen aan een boerderij in Spanje zonder luxe, maar nog belangrijker zonder stress.
Om een week het hectische Nederland achter te laten en te slapen op een matrasje op een open zolder.
Elke dag eten van het open vuur. Geen telefoon of computer, nee alleen sjouwen, stucen en schilderen.
Als ik het zo lees denk ik zelf, dat slaat toch nergens op die armoede. Maar als je daar bent beleef je het wel zo intens, het is gewoon een genot. Hoe we dit in gaan vullen weten we nog niet maar we willen er wel iets mee gaan doen. We moeten iets verzinnen dat de mensen van en naar het vliegveld gebracht worden en dat er eten en drinken is. Voor die kosten moeten we iets bedenken.
We genieten van onze laatste avond in de cortijo want morgen vroeg vliegen we al weer terug. We beloven onszelf om het de laatste maanden in Nederland iets rustiger aan te gaan doen en ons goed te voorbereiden op onze droom.
Die belofte heeft denk ik 3 dagen geduurd. Dan zit je weer vol in het werk en draaf je weer als vanouds. Ik denk dat dit heel herkenbaar is voor veel mensen. Het is leuk om te weten hoe druk het is op onze website. Ook via google zijn we te vinden, alleen moeten we nog meer trefwoorden in ons verhaal verwerken. Als je “vakantie in Andalusië” intypt zijn we ongeveer hit nr; 45699, dat schiet dus niet op.
Als je “oehoe” en “bromsnor” intypt zijn we een nummer één hit. Nu zullen er weinig mensen zijn die op vakantie naar Andalusië willen en gaan googlen denken, hé laat ik een oehoe en bromsnor intypen. Maar het is en blijft een nummer één hit. De volgorde wordt bepaalt door Google (zoekmachines) zelf en zal regelmatig veranderen dat hebben we niet zelf in de hand.
Verder zijn we nog van alles aan het regelen in spanje; de stroom, internet, vergunningen. Dit alles gaat echter in spaanse snelheid, gigantisch traag. De volgende keer als we naar Spanje gaan, gaat voor het eerst onze dochter Debbie mee. Samen met haar vriend Christian en nog 2 vrienden komen ze ons een week helpen met de bouw. Susan en ik zijn zeer benieuwd hoe onze dochter dit gaat ervaren.
Na weer een paar weken in Nederland te zijn geweest gingen we weer terug naar Spanje.
Één week waren Susan en ik alleen en dan zou onze dochter Debbie komen. Ze kende de boerderij alleen van de foto’s en verhalen’dus we waren erg benieuwd hoe ze dit ging ervaren. Debbie kwam samen met haar vriend Christian en 2 kameraden Hein en Joeri.
We hadden ingepland om de binnenmuren van de rechterzijvleugel op te metselen en daarna te beginnen aan de kap.
In de eerste week zouden Suus en ik de voorbereidingen treffen. 5 raamkozijnen zetten, buiten de muur 1 meter ophogen en binnen de muren tot 2 meter opmetselen. Als we dat af hadden konden we aan de kap gaan beginnen…..dus handen uit de mouwen en sjouwen.
En na een week kei en kei hard werken waren we zover. We hadden dit niet durven dromen, maar we waren op één muur na klaar om aan de kap te beginnen.
Als alles maar dan ook alles mee zat moesten we samen met de jongens de kap erop krijgen.
Maar we wisten ook dat het geen bouwvakkers waren. Hein is bakker, Joeri is automonteur en Christian student. En het was niet zomaar een stukje kap, nee die is 27 meter lang. Maar als we het voor elkaar kregen dan was de rechter vleugel wel waterdicht.
’s-Morgens in alle vroegte gingen we richting Malaga om Debbie met de heren op te pikken.
Het vroor in Nederland dus toen ze aankwamen met 22 graden hadden ze al meteen het vakantiegevoel. Eerst met z’n zessen naar de bar van Miquel en Inge in Torremolinos, waar ze om 10 uur ‘s-morgens meteen aan de rum-cola begonnen. Vanuit de bar reden we naar de meren van El Chorro . Daar werd even lekker gezwommen om daarna in een geweldig restaurant de spaanse keuken te leren kennen.
Met een volle buik reden we richting Puente Genil naar de boerderij. Daar aangekomen waren ze dol enthousiast. Ook Debbie vond het prachtig. Ze riep alleen; o jee wat moeten ons pap en mam nog veel doen. Nou, zei ik, het kan ooit zo vlug gaan want deze vakantie wil ik eigenlijk het dak erop hebben. “Dan heb ik zo’n gevoel dat onze werkvakantie nu ingaat” zei Joerie. Christian en Joeri begonnen de laatste steunmuur te metselen. Hein en Gé begonnen aan de spanten. Aangezien ze nog nooit gemetseld hadden, had dit enige uitleg nodig maar ze kregen het toch snel onder de knie. Er werd hard gewerkt. Af en toe vloog er een vloek door de boerderij want de druk was hoog, want de kap moest zo ver mogelijk af. Elke dag stonden de heren om 8 uur weer paraat en werd er kei hard gewerkt tot 8 uur ’s-avonds.
Het was ook echt heel veel, om de 60 cm een zware ligger, tussenbalken schroeven en de dwarsliggers erin. En dan te bedenken dat we geen meetpunt hadden en dat alles maar dan ook alles van de oude muren krom, scheef en uit de haak is.. Elke avond hadden Susan en Debbie een heerlijke maaltijd klaar. Omdat het ’s-Avonds afkoelde zaten we in de keuken bij de openhaard. Elke avond lekker eten en drinken en rond half 12 was het dan weer muisstil op de boerderij. De balken zaten er bijna in en nu moesten alleen nog de platen erop. Dus we gingen het misschien wel halen.
Het was vrijdagmiddag en Debbie en de jongens gingen naar de markt in Puente Genil. Alles is daar heel goedkoop dus daar hadden ze wel oren naar. Alleen Gé zat nog met de kap in zijn hoofd. Dat ding moest dicht en zijn personeel zat op de markt (kei terecht natuurlijk). Toen ze terug waren gingen ze ook weer vol gas aan de gang. De eerste platen gingen erop. Het was even uitvogelen hoe dat het moest. ’s-Avonds zaten er drie platen op, nog 44 te gaan en dan nog al de pas stukken. Zaterdag begonnen Hein en Christian de platen naar boven te sjouwen en Joeri en Gé schroefden ze vast. Na de middag kon Gé aan de passtukken beginnen en op zondagmiddag was de kap dicht.
Kei en kei trots waren we met z’n allen en terecht. Toen nog met z’n allen een steiger gebouwd in de schuur van 5,5 meter hoog. Als afsluiting zijn we die avond met z’n allen naar de kroeg gegaan om het vieren met een borrel en lekkere spaanse tapas. De volgende ochtend om 8 uur zaten we weer in het vliegtuig terug naar de kou.
Na maanden van voorbereiding is het nu bijna zover; we gaan naar Spanje.
Susan en ik hebben nu een onwerkelijk en heel raar gevoel. Nog zo druk met dingen bezig dat we nog niet het benul hebben dat we binnen een paar weken weg zijn. We zijn aan het pakken want er komt nog één vrachtwagen, en daar moet alles in.
En als je aan het pakken bent schrik je gewoon wat er nog allemaal mee moet. Alles wordt in dozen en kratten verpakt en op pallets gezet. In Spanje hebben we een heftruck geregeld die de vrachtwagen lost. Maar waar we onze spullen daar laten is nog de vraag.
Elk vertrek moet flink opgeknapt worden en voorzien van nieuwe vloeren en plafonds. Ook moeten er overal nog leidingen in gekapt worden. Dus waar we onze spullen ook neer zetten, ze staan altijd in de weg. Dat wordt dus even behelpen.
Wel is intussen ons huis verkocht. Dat geeft een lekker gevoel. De auto van Susan is verkocht want de bedoeling is dat we daar een bouwauto kopen. In het begin eentje waar we spullen in kunnen vervoeren.
Straks als we klaar zijn willen we een Jeep kopen waar we ook onze gasten mee op kunnen halen of weg brengen. Ook onze fietsen zijn verkocht. Mijn fiets blijft in de hei en daar ben ik zelf wel zo blij mee want die fiets is zelf nog nooit buiten de hei geweest.
In Spanje willen we straks mountainbike’s kopen voor ons zelf en onze gasten.
Als het goed is hebben we wel meteen internet op de boerderij en vanaf week 4 ook zonne-energie ( dus stroom).
Maar het blijft een feit dat alles heel dicht bij komt en dat ons Hollandse leventje nu op het einde loopt. Het wordt een hele drukke maand van inpakken, feesten en afscheid nemen.
Op 2 januari houden we thuis nog een inloopmiddag en iedereen is dan welkom. Op die middag geven we dan meer uitleg over de plannen in Spanje. Ook zijn er dan nog foto’s te zien die niet op de site staan.
Dit is dus het laatste verhaal vanuit Nederland.
We gaan ons voorbereiden op ons vertrek want op 4 januari om 15.15 uur vliegen we vanuit Eindhoven richting Malaga.
Tot zover iedereen kei en kei bedankt voor de belangstelling en voor het lezen van onze avonturen. Wij hopen jullie een keer te zien op onze boerderij (cortijo) in Peunte Genil Tiscar.
Tot ziens in Spanje
Groeten Gé en Susan van Boxmeer